Sint en Piet

Sinterklaas bestaat niet. Het is een verklede man die een paar weken per jaar speelt dat hij Sinterklaas is. Maar hij is het niet. Ik heb een hekel aan Sinterklaas. Aan de man, aan het feest, aan de wekenlange inbeslagname van de openbare ruimte door alle parafernalia rondom deze schijnheilige kindervriend, aan alles wat riekt naar het illustere duo Sint en Piet. Van de waardeloze liedjes tot en met de smakeloze chocoladeletters. Ik houd niet van Sinterklaas.

Dat is niet altijd zo geweest trouwens. Als kind vond ik Sint natuurlijk geweldig. En voor zwarte Piet voelde ik een aangename mengeling van angst en bewondering. In geuren en kleuren vertelde ik aan mijn vader wat ik allemaal had beleefd met Sint en Piet in het flatje van opa en oma. “Ik mocht de staf vasthouden en Sinterklaas wist precies hoe goed ik jou altijd help met gereedschap aangeven.” “Ongelooflijk”, zei mijn vader die vanwege zijn werk het feestje niet had kunnen bijwonen. De plukjes witte watten die nog in zijn wenkbrauwen zaten hebben nooit enige argwaan bij mij gewekt. Ik was een toonbeeld van trouw en goedgelovigheid en behoorde dan ook tot de kinderen die het niet zelf hebben ontdekt, maar aan wie het op relatief hoge leeftijd verteld moest worden. Even was ik van mijn stuk gebracht, maar al snel sloeg de teleurstelling om in nog grotere bewondering en mijn grootste wens was er deel van uit te mogen maken. Sint (mijn vader) schonk me dat jaar het mooiste cadeau ooit: een Zwarte-Pieten-Pak.

In de daarop volgende jaren waren de weken voor 5 december de leukste van het jaar. Samen met mijn vader trok ik er op uit. Sint en Piet in het bejaardenhuis, Sint en Piet bij de personeelsvereniging, Sint en Piet in de zusterflat… ik vond het geweldig. Mijn vader wás Sinterklaas en ik wás Zwarte Piet. Ik geloofde daar nog heiliger in dan dat ik ooit in de nepsint had geloofd. Ik denk dat ik een jaar of zestien was toen het fout ging. Ik sloeg een beetje door. Als mijn vader het tijd vond om naar huis te gaan ontsnapte ik stiekem en ging nog een paar uur door. Bij vriendjes van school stond ik midden in de nacht voor het slaapkamerraam en gooide pepernoten naar binnen. Of ik bonsde keihard op de ruiten bij de woning van mijn leraar Duits en liet een zakje zout aan de deurknop achter. Ik struinde avond aan avond tot diep in de nacht door de stad en liet her en der mijn Zwarte Pietenspoor achter. Er verscheen zelfs een stukje in de plaatselijke krant over ‘de mysterieuze Piet’ die ongevraagd de pakjesavond bij wildvreemde mensen op kwam luisteren of onverwacht op studentenfeestjes opdook. Uiteindelijk ben ik door de politie van het dak van de conrector geplukt, waar ik bezig was een zelfgefabriceerde roede door de schoorsteen naar binnen te proppen. De maan scheen door de bomen toen de agent naar mijn naam vroeg en ik zei: “Piet”. “En verder?”, vroeg hij. Afijn, je raadt mijn antwoord. Even later werden mijn ouders uit bed gebeld. Ik kreeg drie weken huisarrest en moest mijn Pietenpak inleveren. Sindsdien wil ik er niets meer mee te maken hebben. Die hele Sint en Piet kunnen me de boom in. Als ik het duo door de straten zie gaan denk ik onwillekeurig: “amateurs!”

Arno van der Heyden

This entry was posted in Actueel, Arno Schrijft. Bookmark the permalink. Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

2 Comments

  1. Tanneke
    Posted 17 november 2012 at 17:58 | Permalink

    Het lijkt op de foto alsof je twee feesten door elkaar haalt.
    Iets als “oeteldonk, wa ben ik toch blij da ge bestaot” lijk je te zingen.
    Maar dat kan aan mij liggen.

  2. Eva
    Posted 17 november 2012 at 23:00 | Permalink

    Lieve Piet, geef niet op, wij hebben je nog zo hard nodig!

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*