Zing dan

Uit ‘Twaalf ambachten, dertien liedjes’, begeleidend boekje bij de gelijknamige CD.

“Arno van der Heyden, klets niet zoveel. Zing!” Dat zei Jacques d’Ancona jaren geleden al en in de recensie van ‘Zitzak’ schreef hij: “Het is opmerkelijk, dat van der Heyden met de bevlogenheid van een Brel –meegevoerd door prima muzikanten- in de chansons verder reikt dan in zijn andere teksten”. En Jacques heeft er verstand van, dus dan zal het wel zo zijn. Ik heb hem daar dan ook nooit ongelijk in gegeven en meende altijd, dat de essentie van mijn cabaretprogramma’s in de liedjes lag. Hardleers als ik ben kwam ik er na ongeveer 15 jaar achter, dat dat niet het geval was. Ik legde mijn ziel en zaligheid in de liedjes en zag de conferences, de typetjes, het kokkerellen en het goochelen, de verkleedpartijen en wat ik er verder tussendoor zoal bij gesleept heb als intermezzo’s. Maar het gros van het publiek dacht daar anders over. Wat ik als flauwekul beschouwde zag men vaak als (poging tot) cabaret en bij de liedjes zakte de zaal even lekker onderuit. Een rustpuntje. Oogjes dicht en even wegdromen op de klank van de muziek en een flard van de tekst, die er klaarblijkelijk niet echt toe deed. Ik kwam tot die ontdekking toen ik een keer in België mocht optreden. Daar was het namelijk andersom. Nooit eerder werd er zo enthousiast op de liedteksten gereageerd en slechts minzaam geglimlacht, toen ik een zak krentenbollen uit de broodbak machine toverde. Soms moet je een dreun voor je kop krijgen om te constateren, dat je al heel lang geen dreun meer voor je kop hebt gekregen. En soms moet je huilen van een kus, omdat je je realiseert hoelang je al niet meer gekust bent. Voor mij was het een teken, dat het roer om moest. Alle hens aan dek! In het programma ‘ZINKT (geen zeemansliedjes)’ draait alles om de liedteksten. De verhaaltjes tussendoor zijn sober en kort. Sommigen noemen het daarom een liedjesprogramma. Zelf vind ik het eerder muzikaal cabaret. En sindsdien voel ik me eigenlijk meer zanger/liedjesschrijver dan cabaretier. Bevalt me prima. Omringd door vier muzikanten mag ik zingend mijn verhaaltjes vertellen. En af en toe speel ik nog een stukje viool mee, want dat vind ik zo ontzettend leuk. Totdat Jacques d’Ancona zegt: “Arno, blijf van die viool af. Zing!”

This entry was posted in Arno Schrijft. Bookmark the permalink. Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*