Zo ik iets ben

“Ik ben geboren in een land ver weg van hier, mijn roots zijn anders dan de winterpenen van Hollandse Hutspot…” Dat is de beginregel van een liedje, dat ik geschreven heb. Het heet ‘Grunnen’ en geeft antwoord op de vraag die mij regelmatig gesteld wordt: “Ben jij een geboren en getogen Groninger?” Het korte antwoord is “Nee”. Maar dan volgt automatisch de vraag “Woar komst din vort? (Waar kom je dan vandaan?)” En die vraag is wat lastiger te beantwoorden.
Ja, ik ben geboren in de stad Groningen en ik woon er inmiddels ook alweer 25 jaar. Oké, drie jaartjes woonbootje in Amsterdam reken ik even niet mee. Ieder mens maakt fouten. Dus je zou kunnen zeggen: “doe toch niet zo moeilijk, man en zeg gewoon ja, ik ben een Groninger”. Maar zo voelt het niet. Dat ik hier geboren ben is stom toeval. Mijn ouders hebben elkaar ontmoet in de buurt van Tilburg en zijn via ’s Hertogenbosch en Utrecht tijdelijk in Groningen neergestreken. En voordat ik van de lagere school kwam zijn we nog zeven keer verhuisd. Ik ben het jongetje op al die klassefoto’s waarvan men op een schoolreünie zegt: “En wie was dat dan? Geen idee!”
Mijn moeder trok met haar broertje en haar viool langs de dorpen in de Brabantse hoogveenmoerassen en de Reuselse Moeren. Ze danste op zigeunerfeesten rond het oplaaiend vuur en trof daar ooit, heel lang geleden, mijn vader die als chirurgijn in opleiding wat geld bijverdiende als minstreel en troubadour op boerenfeesten en bruiloften. Samen trokken ze verder en op een dag werd ik geboren. In Groningen dus. Groningen Zuid om precies te zijn. Nu een welgestelde buurt, maar in die tijd een onontgonnen woestenij op de uitlopers van de Hondsrug. Zeven verschillende scholen heb ik bezocht, in alle uithoeken van het land heb ik gewoond. Nou ja, gewoond? Gebivakkeerd, totdat de plaatselijke schout en schepenen het muziek-makende gezin van vagebonden en landlopers weer van hun landsgrenzen verdreven. Mijn ouders hebben inmiddels een mooi huis en rust gevonden in uiteraard weer het Brabantse land, maar pas nadat ze vele jaren met hun woonwagen en ezeltje door de wereld hebben getrokken en de gendarmes van alle Europese landen achter zich aan hebben gehad. De onrust zit in ons bloed. zielezwerver
Ook ik heb lang met mijn liedjes rond gezworven totdat ik eindelijk rust vond in het hoge noorden en de stad Groningen haar armen voor mij opende. Natuurlijk, ik heb nog een koffer in Berlijn en mijn werk dwingt mij tot het rijden van ongeveer 40.000 kilometer per jaar, maar toch zeg ik (vrij naar Louis Couperus): “Zo ik iets ben, ben ik een Grunneger Molleboon”. En zo eindigt ook het liedje.

Ik wil er nog wel even aan toevoegen. Het is dus een liedje, hè? Vol dichterlijke vrijheden. Ik weet dat mijn ouders dit Huisbericht ook lezen. Vandaar.

Arno

This entry was posted in Arno Schrijft. Bookmark the permalink. Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*