Baard

Ik heb een baard. Niks waard. Hij staat me niet. Al beweren sommige mensen van wel, maar die zijn gek. “Waarom scheer je hem dan niet af?”, zal je vragen. Nou, de baard heeft een functie. Ik heb hem met een reden laten staan. Rare uitdrukking trouwens; je baard laten ‘staan’. Je laat je nagels toch ook niet staan. Waarom zeggen we niet gewoon ‘groeien’ in plaats van ‘staan’. Hoe dan ook, ik heb de baard dus niet voor niets laten staan groeien. Hij hoort bij mijn rol. Ik speel in de locatie-theater-voorstelling ‘Roegzand’ van de Stichting Iemandsland in Nieuw Buinen. Het is 2035. De Veenkoloniën zijn totaal verdroogd en verlaten. Slechts een handjevol mensen is achter gebleven in de illegale nederzetting ‘Roegzand’. Ze zijn verstoken van gas en elektra. Geen internet of telefoonverbinding. Een primitieve samenleving. En dus kunnen de mannen zich niet scheren. “Ach”, zal je zeggen “waarom plak je dan geen toneelbaard aan je gezicht. Net als Sinterklaas?” Geloof me, dat is geen alternatief. En dus heb ik een baard.

Maar wat is er dan zo erg aan een baard? Nou, dat zal ik je vertellen. En voor alle duidelijkheid, ik heb het niet over een ‘een-paar-dagen-niet-geschoren’ baardje. Daar is namelijk niks mis mee. De ellende begint na ongeveer een week. Dan gaat de baard jeuken. Het gevolg is dat ik de hele dag aan mijn gezicht zit te krabben. “Dat gaat over”, zeggen mannen met baarden. En dat klopt. Na een week of drie is het niet meer zozeer het gekriebel als wel een algehele irritatie, omdat er iets aan mijn gezicht hangt dat er niet hoort. Als er een vlieg op je wang zit mep je die er ook af. Ook voor dit ongemak hebben de ervaren baardmannen een oplossing. Baardolie! Ik zweer het je. Er bestaan meer soorten baardolie voor mannen dan merken parfums voor vrouwen. Van “Old Amsterdam” tot “Satan’s Bluff”. “Flowerwood”, “Summerstorm”, “Frankenstein”, “Happy Rose”… you name it. In prijs variëren ze van een tientje tot tachtig euro. Ze maken de baard soepel en het ruikt ook nog eens lekker. Als je er van houdt. Ik heb gemerkt dat zonnebloemolie hetzelfde effect heeft. Maar ook de soepel geoliede baard blijft een ergernis van jewelste. Het krabben was al overgegaan in voelen en trekken, nu wordt het coifferen. De hele dag wrijf ik de baard in model, dwing ik de onwillige dwarrels terug in het gelid, borstel met mijn handen die vastgegroeide marmot door elkaar om hem vervolgens weer glad te strijken. Echte mannen met baarden zie ik dat ook doen. Kijk hem eens glimmen, de man met zijn baard. Vol trots toont hij zijn viriliteit aan de wereld. Maar van binnen huilt hij. Ik weet het zeker. Eet eens een softijsje, neem een ferme slok van je blond schuimend bier, vergrijp je aan een bord heerlijke spaghetti puttanesca! De baard plakt, stinkt of hangt vol etensresten. Het is een ramp. Voor het slapen gaan moet de baard gewassen, anders kun je drie keer in de week je bed verschonen. En dan nog kun je het genot van de nachtzoen wel vergeten. Mannen met baarden hebben geen seksleven. Kan niet. Ja, misschien met elkaar, maar niet met een onbebaarde partner. Onmogelijk.

Oké, als je ‘te kaper wilt varen’ of als je een rotsvast geloof hebt in een opperwezen dat jou verplicht een baard te dragen, dan… ja dan kan ik het me een heel klein beetje voorstellen. Maar vrijwillig de baard langer dan drie dagen gaan staan laten groeien? Nee, nooit weer.

Hoeveel plezier ik ook beleef aan het spelen in ‘Roegzand’, ik kan niet wachten op de laatste voorstelling.

This entry was posted in Arno Schrijft. Bookmark the permalink. Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*