Kloosterboer: Hier gebeurt nooit wat (uitverkocht)

Kloosterboer: Hier gebeurt nooit watMuziekje (tekst)
Groningen Noord (tekst)
De States (tekst)
Ding dong (tekst)
Ik vind jou (tekst)
Stationnetje
Pindakaas

Opgenomen in café ‘de Engelstede’ in Engelbert op 8 en 9 juni 1998
Techniek: Louwrens Ellens
Mastering: Renger Koning, Groningen
Productie: Larico Records

Met dank aan Rieks Folkerts, Herman Grimme en Hans Kaper

De CD’s van trio Kloosterboer zijn helaas allemaal uitverkocht. Wellicht komt er nog eens een verzamel CD uit met de leukste liedjes. In dat geval verschijnt er zeker bericht op deze website.

Trio Kloosterboer bestond uit:
Jan veldman
Rob Elzenga
Arno van der Heyden


Teksten

Vijf minuten aanvang

Vijf minuten geleden werd ik wakker gemaakt door een man
Zeg, zou jij je niet eens om gaan kleden
Over vijf minuten ‘aanvang’
En ik zeg bij wijze van grapje
Op dat soort geintjes ben ik niet gesteld
Over vijf minuten aanvang?
Had dat even eerder verteld!

Ik schiet gelijk in mijn kleren met mijn kop nog vol van een droom
Over mijn strakke, mooie, blonde, jonge nichtjes, die mij vroegen
‘Mogen we blijven slapen, oom?’
Dus, nogal onwaarschijnlijk
Ja, dromen zijn allemaal bedrog
Maar ik droomde ook dat ik moest poepen
En dat klopt wel,want dat moet ik nog

Ik sloop voorzichtig naar hun kamer met een leuter, zo groot als een kameel
Maar dat bleek dus niet hun kamer
Ja hoor, ik stond op het toneel
En mijn broer zei ‘je moet spelen’
En hij drukt me een gitaar in mijn hand
En ineens, en dat kan dus in dromen
Vliegt mijn gitaar in de brand

Dat met die nichtjes, dat kan nog gebeuren
En met die leuter op het toneel, ach ja, waarom niet?
Maar een gitaar, die zomaar in de fik vliegt
Dat geloof je toch niet?!?

terug


Muziekje

Ja, een fijn muziekje
Ja, een leuke sfeer
Dag mevrouw, dag meneer
Hier is Kloosterboer weer
Met zijn snaartjes en gitaartjes en zo meer

Nee, even geen zorgen
Nee, nu even geen verdriet
Dag zusjes, dag broertjes
Wij zijn de Kloosterboertjes
Met kwartiertjes vol pleziertjes in het verschiet

Misschien moet u nog even aan ons wennen
Misschien vindt u er helemaal niets aan
Tja, da’s een probleempje
Maar wij hebben wel voor hetere vuurtjes gestaan
Dag meneer, dag mevrouwtje
Wij beloven dat u gauwtje
Voor uw lolletje uit uw bolletje zult gaan

Dag meneer, dag mevrouwtje
Wij beloven dat u gauwtje
Voor uw lolletje uit uw bolletje zult gaan
Koekepeertje, koekepauwtje
Voor uw lolletje uit uw bolletje
En dan nog wat flauwekul
Voor uw lol uit uw bol zult gaan

terug


Groningen Noord

En toen was het uit met de dromen
Een ruzie, een klap in mijn smoel
En toen is het nooit goed meer gekomen
De klootzak verziekte deboel

En nooit wil ik, nooit meer iets weten
De taal niet, de plaats niet, de naam
Ik droom niet meer, ik wil alles vergeten
Ik ben toch niet voor niets weg gegaan

Groningen Noord
Dat is alleen nog een herinnering
Groningen Noord
Dat is alleen nog maar een woord
Wat er ooit stond is uit mijn hoofd en hart verdwenen
Wat klei en wat stront en nog wat huizen op een rij

Groningen Noord
Dat is alleen nog maar een warme hand
Groningen Noord
Misschien een lief ding ooit gehoord
Soms doet een kus vanuit een raam mij eraan denken
Maar meer kan ik jou niet vertellen van Groningen Noord

Ik denk niet meer aan zijn geraaskal
En aan zijn godverdegodver naar mijn moe
De haat in zijn troebele ogen
Zijn vuisten, zijn flessen, zijn… God nog aan toe

Groningen Noord
Dat is alleen nog een herinnering
Groningen Noord
Dat is alleen nog maar een woord
Wat er ooit stond is uit mijn hoofd en hart verdwenen
En meer kan ik jou niet vertellen van Groningen Noord

terug


De States

Je hebt bier, je hebt weed
Je hebt hier all you need
Je hebt hamburgers all over town
Je hebt hier goeie politiek
En ook prima kerkmuziek
En de humor van Pipo de Clown

Dit land is het prachtigste land dat er is
Land van Rembrandt en Nicolaas Beets
Maar het enige nadeel van Nederland is
Het is veel te ver weg van de States

Je hebt droog, je hebt nat
Je hebt zee, je hebt wad
En de mof liep ons onder de voet
Maar we hadden goeie drank
En het huis van Anne Frank
En we waren ook allemaal goed

Dit land is het prachtigste land dat er is
En Columbus vermoedde het reeds
Het enige nadeel van Nederland is
Het is veel te ver weg van de States

Je hebt vloei, je hebt shag
Je zegt ‘doei’ bij vertrek
En we helpen de mensen in nood
Je hebt dik, je hebt dom
Kortom toekomstig vorstendom
Ja, daarin is dit klein land weer groot

Dit land is het prachtigste land dat er is
Land van mazelen, kanker en aids
Maar het enige nadeel van Nederland is
Het is veel te ver weg van de States
Het enige nadeel van Nederland is
Het is veel te ver weg van de States

terug


Zagen

Zagen, zagen, wielewielewagen
Jan kwam thuis om een boterham te vragen
Zagen, zagen, wielewielewagen
Jan kwam thuis om een boterham te vragen
Vader was niet thuis
moeder was niet thuis
Piep, zei de muis in het voorhuis

Piep piep

terug


Ding dong

1.
Hij woont op de eerste verdieping
Ding dong, ding dong
Maar misschien is het ook wel de tweede
Ding dong, ding dong
Misschien moet ik gewoon even wachten
Komt ie vanzelf wel naar beneden

‘t Is koud in de straat en het regent
Ding dong, ding dong
Het begint nu wel heel lang te duren
Ding dong, ding dong
Toch zie ik wel licht bij hem branden
Ik bel gewoon aan bij de buren

Klootzak, kom nou naar beneden
Ik sta hier voor lul bij je bel
Je doet net alsof je niet thuis bent
Je bent er dus volgens mij wel

Wat haat ik zo’n flat vol studenten
Wat een zooi hier in het portaal
Evelien, twintig keer bellen
Ik probeer ze gewoon allemaal

2. Ik krijg al heel lang geen visite
Dat bijvoorbeeld, dat is de bel van de buren
En dat is de bel van Herman en Ina
En die zijn nooit thuis dus dat kan lang duren

Wanneer zal er bij mij eens iemand komen
Hiernaast wordt de deur plat gelopen
En bij mij komt niet eens een Yehovah
Al houd ik de deur wagenwijd voor hem open

Iedereen vindt mij een klootzak
Nooit word ik eens opgezocht
Zonde van die mooie deurbel
Zojuist bij de Gamma gekocht

De hele dag hoor je hier bellen
Voor Arno, voor Jan en voor Rob
Tig keer voor Evelien Huisman
Alleen mijn bel, mijn bel daar drukt nooit iemand op
Ding dong

terug


BP

Giet uw wagen niet maar zo iets in zijn keel
Voedt uw motor niet te weinig of teveel
Geef uw auto eens een BP super mix dieet
Kijk hoe fiks die reed
Op dat mix dieet
Geef uw auto niet maar onverschillig wat
Zoek uit welk van de vijf soorten hij graag had
Maak uw auto beste maatjes met de nieuwe automaat
Waar BP super mix op staat

De weg naar het hart van uw wagen
Leidt net als bij u door de maag
Dus vraag eens aan uw auto
Wat lust jij nu eens graag
Ja, breng uw motor eens een keertje aan de praat
Dan heb ik zo’n idee
Dat hij u niet in twijfel laat
En dat u duidelijk verstaat

BP
k wil BP super mix BP
k wil super mix BP
BP
k wil BP super mix BP
k wil super mix BP

Giet uw wagen niet maar zo iets in zijn keel
Voedt uw motor niet te weinig of teveel
Geef uw auto eens een BP super mix dieet
Kijk hoe fiks die reed
Op dat mix dieet
Geef uw auto niet maar onverschillig wat
Zoek uit welk van de vijf soorten hij graag had
Maak uw auto beste maatjes met de nieuwe automaat
Waar BP
Super mix
Waar BP super mix op staat
BP!

terug


Ik vind jou

Je vraagt me ‘wil je wel?’
En trekt je kleren uit
Ik voel, ik voel je vel
Aan mijn pyjamahuid
Ik weet wat jij gaat doen
Je kruipt dicht tegen me aan
Een tong, een haar een zoen
En jij wil verder gaan
Ik laat het maar gebeuren, omdat ik mezelf wel ken
Ik laat het maar gebeuren, omdat ik een lafaard ben
Ik zou je willen zeggen hoe het allemaal wel zit
Maar ik verzwijg de waarheid en de waarheid dat is dit

Ik vind jou…
Ik vind jou…
Ik krijg van jou…
En overal…
Ik vind jou…

Jouw lippen handenvol
Jij roert mijn roedepik
Mijn lichaam wil nog wel
Maar mijn lichaam is niet ik
Jij denkt ‘dat vindt ie fijn’
Nou, ik laat jou in die waan
Ha, ik kijk naar het plafond
En zo het altijd gaan
Mijn God, wat een vergissing tussen ons in het begin
Ik wilde echt niet trouwen, maar ik had alleen maar zin
Ik zou je willen zeggen hoe het allemaal wel zit
Maar ik verzwijg de waarheid en de waarheid dat is dit

Ik vind jou niet zo leuk
Ik vind jou niet zo leuk
Ik krijg van jou de kriebels
En overal jeuk
Ik vind jou niet zo leuk

Je windt me toch weer op
Ik weet niet hoe dat kan
Is dat normaal misschien?
Geldt dat voor elke man?
Ik denk ik kap ermee
Maar ik weet niet hoe dat moet
Haha, zo gaat het echt niet meer
Zo gaat het echt niet goed
Het zijn maar een paar woorden, lieve God, geef me de kracht
Om het haar te zeggen, nu nog, nu nog, deze nacht
Ik zou je willen zeggen hoe het allemaal wel zit
Maar ik verzwijg de waarheid
Ik verlang zo naar mijn slaap en ik verlang zo naar een peuk
Dit is de laatste keer geweest, dat ik ooit met haar vrij
Maar hoe ik ook mezelf verneuk en neuk en neuk en neuk
Ik verzwijg de waarheid en de waarheid dat is dit

Ik vind jou niet zo leuk
Ik vind jou niet zo leuk
Jij verlangt naar hartstocht
En ik naar een breuk
Ik vind jou niet zo leuk

terug


Guacamole

Haar flatje was klein
Waar zou haar slaapkamertje zijn
Ze bleef even staan bij haar fornuis
Ik zei “hé, ‘k wil een zoen”
Zij zei “nee, gekkie, niet doen
Want ik heb iets veel beters in huis”

Ogen dicht en neem een hap
Nou, ik ging volledig uit mijn dak
Lieve god, wat is dit lekker schat
Hoe heet het? Ze zei “kwak”

Kwak kwak kwak kwak kwak

Refrein:
…camole
bij de mexicaanse pot
guacamole
oh, ik ben toch zo verzot op
guacamole
avocado en zo
en het smaakt net als een tongzoen van Brigitte Bardot

guacamole
oh, ik ben toch zo verzot op
guacamole
bij de mexicaanse pot
guacamole
‘t is net een bakje vol met snot, maar dan van GOD

Van de liefde kwam niks
Dat wil zeggen van sex
Maar mijn hemel, wat had ik een pret
Dat zie ik snert nog niet doen
Ook al is dat net zo groen
Maar daarvoor kom ik niet uit mijn bed

De frietboer doet mijn bal gehak
Met patatjes in een zak
En hij vraagt me “wil je majo?”
“Ben -de-gek, vent, ik wil kwak”

terug


Café vergunning

Op de plek die te voorzien was staat het oude dorpscafé
Dat per dag hooguit bevolkt wordt door een bierdrinker of twee
Op de ramen staat geschreven ‘voor gezelligheid en sfeer’
En een nummer om te bellen, maar dat klopt allang niet meer

Aan de bar daar wordt geschreven of een slechte mop verteld
Om de stemming te verbreken wordt er weer een bier besteld
Men zuipt van elf uur ‘s ochtends en des avonds zijn ze lam
Op de hoge televisie daar zingt Vader Abraham

Café, café
Volledige vergunning
Café, café
Dorpscafé de Groot

Vroeger kon je er goed wezen, in de weekends altijd vol
Er was geen televisie dus je had er altijd lol
Jan de Wilde was een ruige, Klaas de Vries was nog niet dood
Gekke Aaltje liet zich zoenen, vergunning A café de Groot

Het was de tijd waarin Oranje bijna van de Duitsers won
Toen je centen mee naar huis bracht, Avebe en strokarton
Als je in die mooie jaren ‘s avonds langs de ramen kwam
Dacht je aan het wonderschone lied van Vader Abraham

Café, café
Volledige vergunning
Café, café
Dorpscafé de Groot

En die twee eenzame drinkers zwijgen hevig tot elkaar
Het verleden is besproken, nou vooruit, twee bier dan maar
Zonder het nog echt te kennen zingen zij wat woorden mee
Wie ze zijn en wat ze doen, nee, ze tellen niet meer mee

terug


Momenten van geluk

We keken naar de herfst, dat was genoeg
Vooral vanuit de warmte van de kroeg
We keken met een kennersblik naar vrouwen
Alsof we ze konden krijgen, maar niet wouwen
We keken naar de spiegels van de kast achter de tap
En zagen ons daar lachen om de laatste gore grap
Dat waren wij, zo was de wereld
Zo was de vriendschap, zo klopt het hart
Zo was het leven, zo moest het wezen
De rest kon barsten van ons part
Zo was het bier, zo de jenever, zo de toogrand, zo de kruk
Momenten van geluk

De eerste trouwpartij, dat was een feest
We zijn er met zijn allen nog geweest
Natuurlijk mocht er geen van ons ontbreken
Nou, we werden er voor twaalven uit gekeken
Hij zwaaide ons nog na, maar er zat schaamte in zijn groet
Zijn vrouw riep hem vanuit de zaal en maande hem tot spoed
Daar gingen wij, nog lang niet dronken
Maar met een kater in ons hart
Wij blijven vrienden, oprechte vrienden
Dan maar één minder voor ons part
Leve het bier en de jenever, leve de toogrand en de kruk
Momenten van geluk

De tweede trouwpartij kwam vlot daarna
En na een maand of wat werd eentje pa
De kring werd kleiner, maar wat kon het schelen
Zo was er immers meer om te verdelen
Er kwam een nieuwe kastelein, zodat de sfeer verdween
En de cliëntèle werd ook jonger om ons heen
En één van ons kreeg werk in één of ander buitenland
En één die kreeg een ongeluk, het stond nog in de krant
De groep die overbleef zat aan een tafeltje opzij
En zweeg en dronk en het bestond voornamelijk uit mij
En in de nacht, zelfs in de winter, word ik de straten op gestuurd
Waar moet ik heen, waar moet ik leven? Is er een slaapplaats in de buurt?
Ik drink wat bier en wat jenever langs een stoeprand of een kruk
Momenten van geluk
Momenten van geluk

terug


Mama

Mama, je leerde me lopen
Op eigen benen te staan
Alles mocht ik van jou kopen
Wat ik in de winkel zag staan
Mama, je hebt me altijd verwend
Ik ben toch jou lekkere vent

Mama, je bent de liefste van de hele wereld
Mama, de allerliefste van de hele wereld
Ik hoefde van jou nooit te trouwen
Wat moest ik met andere vrouwen
Mama, we blijven steeds bij elkaar
Ook al ben ik al vijftig jaar
Mama, wat zou ik moeten met een andere vrouw?
Oh, lieve mama, ik heb het nergens zo goed als bij jou

Mama, ik hoor ze wel kletsen, hoor
Denk maar niet dat ik het niet zie
Eerst had ik de leeftijd van Heintje
Nu die Pavarotti
Zeker, ik word nog naar bed gebracht
Lieve mama, je kust me ‘goenacht’

Mama, je bent de liefste van de hele wereld
Mama, de allerliefste van de hele wereld
Soms heb ik vreemde verlangens
Die ik niet goed kan begrijpen
Lig ik mezelf te vergrijpen
Mama, dan denk ik aan jou
Mama, bekijk ik in de Panorama een vrouw
Dan denk ik ‘ze kan bij lange niet tippen aan jou’

Mama
Mama

terug


Tango

Bij het licht van de buizen en de monitoren
Bij het zicht der kantoren vanachter mijn raam
Daar zit ik maar wat in de ruimte te staren
En denk bij mezelf ‘God, wat heb ik gedaan?’
De mensen zijn hard hier, de muren van marmer
En het wordt maar nier warmer in dit rijksgebouw
En in verwarring denk ik steeds aan wat zover is
In afstand en jaren
Ik denk aan jou

Ik weet nog hoe de mensen heten
Wie op voetbal heeft gezeten
En wat er ‘s middags werd gegeten
Ik ken hun zorgen en hun vreugde
Ik ken hun wanhoop en hun deugden
Lieflijk plekje in het noorden
Lieflijke plek van mijn tijd
Ik pas me aan bij het heden
Maar de heimwee naar vroeger
Raak ik nooit meer kwijt

De dag is ten einde, de stad gaat de nacht in
De werkplekken worden in duister gehuld
En als ook het licht mijn bureau gaat verlaten
Dan wordt deze ruimte met beelden gevuld
Van boeren op fietsen en een bietencampagne
En vroegere vrienden van school en van straat
En ik vervloek mezelf om wat ik heb verlaten
Maar voor de weg terug is het voorgoed te laat

Ik weet nog hoe de mensen heten
Wie op voetbal heeft gezeten
En wat er ‘s middags werd gegeten
Ik ken hun zorgen en hun vreugde
Ik ken hun wanhoop en hun deugden
Lieflijk plekje in het noorden
Lieflijke plek van mijn tijd
Ik pas me aan bij het heden
Maar de heimwee naar vroeger
Raak ik nooit meer kwijt

terug


Blij

Het breekt uit de knoppen, het vliegt uit het nest
De poppen ontpoppen, de zon doet haar best
De bloemen gaan open, de borsten zijn vrij
De benen die lopen weer sierlijk voorbij
Het juicht in mijn aders, het bruist in mijn bloed
Mijn vel zit weer strakker, mijn haar zit weer goed
Ik voel me gelukkig, ik voel me zo vrij
Dit voorjaar wordt vast weer een voorjaar voor mij

Refrein
En ik ben toch zo blij (blij, blij)
Blij (blij, blij)
Blij (blij, blij)
Blij (blij, blij)

Ja, ik ben toch zo blij (blij, blij)
Blij (blij, blij)
Blij, blij, blij
Blij, blij, blij
Blij

Ik zie alle mensen vol pret en plezier
Men zit op terrasjes met shaggies en bier
Oh, god wat een drukte, geen tafel is vrij
Als ik daar ga zitten, zit iemand naast mij
De deuren gaan open, de kroegen zijn vol
Men spreekt van de liefde en drinkt alcohol
Ik praat met een kennis, die zegt: “wie ben jij?”
Dit voorjaar wordt vast weer een voorjaar voor mij

De hengst mag gaan dekken, de teef mag op stap
De koe krijgt haar sperma, de fokstier een lap
‘t Is voorjaars-ontwaken, de bloem krijgt een bij
En ik heb een laken en anders een sprei
Als eenmaal de narcis weer staat in het veld
De dagen gaan lengen, het sneeuwklokje smelt
Dan juich ik van “jottum”, dan juich ik “joechei”
Dit voorjaar wordt vast weer een voorjaar voor mij

terug


Hoogste tijd

Het is de hoogste tijd
Nee, echt de hoogste tijd
Nee, ik weet best ik moet gaan
Ik drink nog een biertje leeg
Dat ik nog van jou kreeg
Kijk, ik heb mijn jasje bijna aan
Schone glazen op een doek
En mijn huis staat op de hoek
Het is lopend een minuut of tien, hooguit
Ik weet jij wilt naar bed
Maar ik rook nog een sigaret
Stel het nog eventjes uit
Stel het nog eventjes uit

Thuis staat de afwas net
Zoals ik het heb neergezet
Nee, de kaboutertjes doen niets
Het was deze morgen feest
Zoontje is langs geweest
Die is nu weer naar mijn ex
En ik klaag niet in het bestaan
Ik zal heus mijn gang wel gaan
En van de meeste dingen heb ik echt geen spijt
Chet Baker vond ze fijn
My funny Valentine
Het is de hoogste tijd
Nee, echt de hoogste tijd

God, wat een zeikmuziek
Net opgewarmde kliek
Nee, hij krijgt mij hier zo niet weg
Ik voel het aan mijn pielemans
Straks komt Toots Tielemans
En ik blijf hier dus gewoon
Al komt straks die saxofoon
Nee, hij raakt mij aan de straatstenen niet kwijt
Hij raakt mijn schouders aan
Kom, Kloosterboer, je moet gaan
Het is de hoogste tijd
Nee, echt de hoogste tijd

terug


Kinderen van de nacht

Waar de maan achter de daken, waar de regen ijzig koud
Waar de vieze lichtreclame ons de kille nacht ontvouwt
Waar wij dronkaards en verslaafden, haast al lijk, weer leven gaan
Waar de vrouwen, bleek en kleurloos met hun sigaretten staan
Waar wij tussen onze dozen en de dekens voor de nacht
Nog wat oude stompen roken en een fles wordt rond gebracht
Waar de kinderen met hun rochelhoesten schreeuwen om een bier
In de kroegen waar hun moeders moeten kotsen van plezier

Waar een grijs en muizig meisje op beloften wordt onthaald
Die ze na de kinkie seks natuurlijk niet krijgt uitbetaald
Waar de zuiplap, blind van het drinken, schuifelt naar de waterkant
Waar we zien hoe gelukzalig hij in het water aanbeland
Waar de regen en de sneeuw lijken te dansen op de maat
Van het dronkenmans gedreun, dat keihard uit de ramen slaat
Waar de grote auto’s ronken, indrukwekkend, stinkend rijk
En bestuurders met gezichten uit een boek van Bordewijk

Waar een hoer ligt te creperen na een felle steekpartij
Waar ze homo’s molesteren, daar komt geen politie bij
Waar de hartslag wordt verhevigd tot de allerlaatste dreun
Waar de liefde wordt bezongen in een goddelijk gekreun
Waar wij klappertanden, snurken, waar wij schurken in ons kleed
Waar wij uren onaneren totdat Morpheus binnen treedt
Waar de nacht zo onbarmhartig met de hamerslag regeert
Wie komt morgen uit zijn dekens? Bij wie ging er iets verkeerd?

Welterusten, lotgenoten, slaap nu zacht, slaap nu zacht
Wees gerust, ga lekker slapen, God weet wie houdt wel de wacht
Welterusten, lotgenoten, slaap nu zacht, oh slaap nu zacht
Kinderen van de nacht, kinderen van de nacht

terug


This entry was posted in Discografie. Bookmark the permalink. Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*